Friese Spotters maken veel kilometers voor het perfecte plaatje

Terwijl vliegbasis Leeuwarden zich voorbereidt op de komende Frisian Flag oefening, waren aan de andere kant van de wereld drie Friese spotters druk bij de militaire oefening Red Flag in Las Vegas, de grote Amerikaanse broer van Frisian Flag.

Django Bruinink was één van deze Friese spotters. De 25-jarige inwoner van Kollumerzwaag werkt normaal gesproken als slager, maar op het moment dat hij vrij is staat hij het liefst bij een vliegveld. In de meeste gevallen is dat dan ook vliegbasis Leeuwarden. “Al van jongs af aan ben ik besmet met het spottervirus. Mijn vader werkt bij de luchtmacht en ik mocht vaak met hem mee het vliegveld op.”

In de Verenigde Staten was Django niet de enige Fries. Naast de vele Nederlandse spotters waren ook de Snekers Paul en Dennis Betten langs vliegvelden in Phoenix, Tucson en Las Vegas te vinden. “We zaten dan lekker in het Fries te praten over onze hobby. De Hollanders keken ons dan raar aan”, grapt Django.

Red Flag

Vier keer per jaar wordt in het noorden van Las Vegas, in de staat Nevada, de militaire oefening Red Flag gehouden. “Waar ze bij Frisian Flag oefenen boven de Noordzee, doen ze dat in Amerika in een groot uitgestrekt woestijngebied. De basis is echter hetzelfde: ‘Je hebt een team-rood en een team-blauw en die simuleren oorlog-situaties”, legt de 26-jarige Dennis uit. Django: “Het grote verschil echter is dat je hier deelnemers ziet die wij in Nederland nooit gaat zien. Deze editie zijn er alleen Amerikanen, maar komende zomer doen er bijvoorbeeld Colombianen mee. Saudi-Arabië, Zuid-Korea en Australië hebben in eerdere edities ook wel eens meegedaan.”

Toch heeft Django wel zin in Frisian Flag. “Het gaat weer leuk worden. Ik verwacht het niet leuker dan de vorige keren, zeker niet omdat ik net in Amerika ben geweest. In ieder geval weer actie op onze vliegbasis Leeuwarden”, zegt hij met een brede glimlach.

Perfecte plaatje

“Ik ben het type spotter dat graag gaat voor het perfecte plaatje”, legt Django zijn hobby uit. “Nummertjes doe ik niet aan, dat staat wel ergens op de foto.” Het lezen van de registraties is voor veel spotters echter wel het belangrijkste. “Wij doen een combinatie. We willen zoveel mogelijk vliegtuigen (nummertjes), maar wel zo goed mogelijk op de foto”, legt de 54-jarige Paul uit. Dennis vult hem aan: “Een nummertje telt pas bij ons als we er een foto van hebben. We maken het onszelf daardoor wel eens moeilijk.”

Het perfecte plaatje schiet Django niet alleen op Leeuwarden of in de Verenigde Staten. “Afgelopen jaar zat ik in Rusland, maar ik rijd net zo makkelijk na afloop van het werk naar Brussel voor een foto of ga naar een vliegshow in Denemarken.” In Tucson zocht hij het hogerop. Daar maakte de 25-jarige slager een rondvlucht boven de ‘boneyard’. “Het vliegtuigenkerkhof wordt het ook wel genoemd. Vanuit een helikopter had ik een mooi uitzicht over de duizenden vliegtuigen die hier hun laatste rustplaats hebben.”

Maar ook in de Rainbow Canyon, een gebied vlakbij Death Valley, zocht Django het hogerop. “Ze noemen het hier ook wel de Star Wars-canyon omdat hier scenes zijn opgenomen van de film. Tegenwoordig vliegen hier straaljagers door de bergen om het laagvliegen in moeilijke situaties te oefenen.” Het leverde Django op één dag zo’n tien straaljagers op, waarvan sommige meerdere keren een passage maakte.

Vliegshows

Meerdere vliegshows werden er gehouden in de periode dat de Friezen in Amerika waren. Waar op Leeuwarden tijdens een Open Dag meerdere nationaliteiten hun vliegtuigen sturen, zie je in Amerika veel minder vliegtuigen tijdens een vliegshow. “De vliegshow is ook een stuk korter als bij ons. Hier duurt het vliegende gedeelte ongeveer vier uurtjes, waarvan soms meerdere keren dezelfde demo. Wij zijn in Europa op vliegshows best wel verwerd hoor met demo’s uit al die verschillende landen”, concludeert Paul.
De Amerikanen maken er echter een echt dagje uit van. “De stoeltjes worden uitgeklapt, windschermen opgebouwd en de hotdogs en hamburgers worden in grote getallen ingeslagen. Ze hebben nog net geen koelbox en barbecue mee”, vult Dennis zijn vader aan.

F-35

Op twee van de drie vliegshows vloog een F-35 Lightning, de opvolger van de F-16. “Hij maakt toch wel ietsjes meer herrie hoor als hij opstijgt, maar wel met een mooier geluid dan de F-16”, vindt Dennis. “De F-16 maakt een vrij hoog en scherp geluid terwijl de F-35 juist een wat lager en voller geluid heeft. Ik begin het zowaar een mooi vliegtuig te vinden.”

Op de vlucht terug naar Amsterdam passeerde de hele trip nog eens de revue. “We hebben volgens mij wel 400 verschillende vliegtuigen gezien. Niet normaal veel”, sprak Dennis. “We moeten maar snel weer eens terug”, besloot Django. “Maar nu eerst Frisian Flag!”

 

[ssba]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *